Deze keer ging daar op 9 mei j.l. een bezoek aan vooraf aan het niet meer voor dat doel gebruikte Radio Ontvangstation NERA (Nederhorst den Berg Radio). Het in 1950 door burgemeester Harinxma thoe Slooten officieel geopende ontvangstation was, samen met het zendstation Radio Kootwijk, broodnodig voor onze contacten met de toen nog ver weg liggende buitenwereld. Eigenaar Jan Hermsen leidde een op zijn uitnodiging ingegaan gezelschap van zo’n 35 personen rond in het immense gebouw. Maar niet voordat iedereen onder het genot van een door hem aangeboden kopje koffie wat meer van elkaar te weten kwam. Geen gek idee want we moesten tenslotte samen overleven in de achter het gebouw ontstane rimboe. Laat dat ‘wild’ stuk Horstermeer nou de aanleiding zijn geweest om dit net na de oorlog in de Wederopbouwstijl opgetrokken sobere, doch doelmatige ontvangstation juist op deze plek neer te zetten.
Hoe was dat zo gekomen?
De Staat had onder de noemer Domeinen 300 bunder van de polder in eigen beheer gehouden. In de crisisjaren vatte zij het plan op de zuidoostelijke hoek achter de bestaande akkers verder te ontginnen. Het land was al, vanwege de noodzakelijke waterafvoer, doorsneden met om de twintig meter gegraven sloten in de richting van de dijk. Haaks op die bestaande sloten moesten om de zestig meter nieuwe gegraven worden. Door de twee ertussen gelegen sloten te dempen, ontstonden er eilanden. Die sloten bleken later echter te groot om het water af te voeren. Bovendien bleven de oude sloten in natte tijden sompig. In ieder geval hebben werkelozen vanaf 1936 met de schop meer kunnen verdienen dan in de steun. Al hun werk ging in 1940 in een klap ten onder vanwege de inundatie van de Horstermeer bij het uitbreken van de oorlog. Later lichtte Jan Siteur dat onderwerp visueel toe tijdens de door hem geleide wandeling langs en half door de bush-bush.
Onverwacht geluk
Domeinen zag zich nadien opgezadeld met een groot aantal bunders drassige poldergrond waar niets meer mee te beginnen was. Gelukkig stond de technische vooruitgang op allerlei gebieden niet stil. Op het gebied van wereldwijde communicatie boekte de PTT vooruitgang door de uitvinding van de ruitantenne. Die ontving echter geen zwakke radiosignalen op zandgrond, zodat dat het onvermijdelijke einde voor het op zand gebouwde ontvangstation Radio Noordwijk (NORA) betekende. Het geluk lachte de PTT toe, want vanwege de mislukte ontginning in de zuidhoek van de Horstermeer, beschikte de Staat (Domeinen valt daaronder) daar over een door menselijk ingrijpen ontstaan moerassig gebied. Precies wat ruitantennes nodig hebben om optimaal te kunnen functioneren. Kort door de bocht zou je het vestzak-broekzak kunnen noemen tussen twee staatsbedrijven. De omslag kon natuurlijk niet op stel en sprong tot stand gebracht worden, maar het resulteerde tot een, gezien de omstandigheden, onvoorstelbaar snelle oplossing om niet achter te raken. De burgemeester kon dan ook al in 1950 het binnen anderhalf jaar tijd gebouwde modernste radiostation van
Europa openen. Een topprestatie, gezien de barre omstandigheden rond de drassige locatie. Rondom het gebouw stonden 140 ruitantennes op houten palen. Een jaar later verschenen er in de polder ook een aantal radiotelescopen die de voortplanting van radiogolven en de straling van de zon bestudeerden. Zo konden verstoringen in het radioverkeer voortijdig gemeld worden.
In het kort
Jan Hermsen leidde ons rond in het al jaren niet meer als zodanig in gebruik zijnde voormalige NERA ontvangstation. Het waterdichte gebouw heeft een belangrijke functie gehad op het gebied van de ontwikkeling van de telecommunicatie in Nederland. Vanwege het feit dat de Horstermeer onderdeel was en is van de later tot Werelderfgoed verklaarde Nieuwe Hollandse Waterlinie, is de bouw daaraan gerelateerd. Het staat op een grote waterdichte bak met hele dikke muren van gewapend beton, ongeveer tot een hoogte van het NAP (Nieuw Amsterdams Peil). Er zitten in die kelderverdieping zelfs aan alle kanten waterdichte patrijspoorten. Op de ‘begane grond’ zaten de medewerkers in hun kantoren. Binnen de 1ste verdieping is er, waarschijnlijk wegens ruimtegebrek, zelfs een hele nieuwe verdiepingsvloer bijgekomen in de tijd dat het gebouw haar verloren gegane functie nog volledig vervulde. Bovenop het gebouw staat een grote dakopbouw met aan alle kanten glas. Na een jaar of tien lanceerden technici al de eerste communicatie-satelliet, zodat het er naar uitzag dat het ontvangstation spoedig overbodig zou worden. Een paar jaar later ging de PTT de NERA al gebruiken voor de Radio Controle Dienst. In 2005 verhuisden de laatste medewerkers naar een nieuw gebouw in Amersfoort.
Hoe ging het verder?
Domeinen bood het pand te huur aan middels een advertentie in de Telegraaf. De Horstermeerse ondernemer Jan Zwagerman kreeg het voor elkaar het pand in zijn geheel te huren voor een periode van twee jaar. Daarna kon hij gewoon doorgaan met het zoeken naar het exploitabel maken van het complex binnen het geldende bestemmingsplan. Een jaar of zes geleden kreeg onze rondleider Jan Hermsen de NERA in eigendom. Als ik het goed onthouden heb noemt hij zijn bezit Maatschappelijk Sociaal Erfgoed. Hij is druk op zoek en heeft o.a. contacten met ROC scholen om praktijkwerkplaatsen in het gebouw te verwezenlijken. Hiervoor zijn voldoende faciliteiten in het pand aanwezig, maar hoe en wat en waarmee hij zijn hele bezit exploitabel kan maken is nog steeds de vraag. Hij houdt vol. Na zijn rondleiding nam Jan Siteur ons mee op avontuur.
De wandeling
Op de plek waar de verharde Neraweg ophoudt bogen we af in de richting van de Horstermeerdijk. In de verte waren de Gabrielmolen en fort Kijkuit goed te zien. Ondanks het onderweg met elkaar praten daalde de stilte op de wandelaars neer. Af en toe stonden we bij elkaar stil als Jan iets ging vertellen. Het viel op dat er een heel stuk van de achter de dijk gelegen Kortenhoefsepolder kaal gemaakt is. Het moet een uitgestrekt rietland worden waar een roerdomp de val op krijgt. Natuurmonumenten wil deze schuwe, zeldzame vogel graag terug in haar gebied. Het eerste hek op onze route kon gewoon open. Het NERA-gebouw komt vanaf de dijk gezien nog voor een deel boven de begroeiing uit. De volgende twee hekken vormden gelukkig een obstakel waar iedereen min of meer makkelijk overheen kon klimmen. Ik denk dat niemand zich realiseerde dat ze op hun tocht een mini-NeRaatje met zich meedroegen. Want het mobieltje, dat bijna iedereen tegenwoordig bij zich draagt, herbergt alle techniek in zich waarvoor vroeger dat grote NERAgebouw diende. Na het laatste hek kwamen we uit bij fundamenten waarop een telescoop had gestaan. Gids Jan wist dat daar vlak achter een dassenburcht te zien was. De dassen lieten zich natuurlijk niet zien, maar het was toch leuk zoiets van dichtbij te kunnen bekijken. Na een paar stappen belandden we weer op de verharde weg. Iedereen liep al pratend in eigen tempo terug naar de bosschage in het vlakke land waar één stalen mast hoog boven uittorent. Die is nog voor allerlei doeleinden, waaronder het vliegverkeer in gebruik.
Tot slot
Om op de titel terug te komen. 15 juni 2015, de warmste dag sinds 1900, maakten we met een groep de volledige wandeling rond de Horstermeer. Gelukkig ging het pas mis op de Meerkade (de Meijerkaai), die door de Meeruiterdijksepolder in de richting van de Meerlaan loopt. Met het ongeveer 25 jaar geleden uitgevonden mobieltje konden vanuit de bewoonde wereld hulptroepen opgeroepen worden. Op het hobbelige pad kon een auto rijden, zodat de door de warmte bevangen dames opgehaald konden worden. Uit recreatief oogpunt bekeken zou het mooi zijn als zo’n wandeling opgenomen kon worden binnen het Oostelijke Vechtplassengebied, maar tot nog toe komen daar veel te veel tegengestelde belangen voor om de hoek kijken.
Op deze website kunt u onder de trefwoorden NERA en Horstermeer in verschillende Werinons meer over de ontwikkeling van het gebied terugvinden.








