16-Hoofdgebouw

De laatste door Ans Baar georganiseerde excursie leidde naar Doornburgh

Deze buitenplaats is zichtbaar achter het bovenop met elzentakken getooide smeedijzeren hek, dat aan het jaagpad langs de Vecht in Maarssen de toegang tot het terrein afsluit. Het huis is rond 1650 gebouwd op de plek van hofstede Doornburgh. Het kwam tegen het einde van de 18e eeuw in het bezit van de regentenfamilie Huydecoper. Zij kochten na 1800 terreinen van ernaast gelegen afgebroken buitens op , waaronder onder meer het veel grotere Elsenburg . Dat buiten kon qua grandeur wedijveren met paleis het Loo, maar de onderhoudskosten groeiden de eigenaar boven het hoofd doordat Nederland na de napoleontische tijd danig verarmde. Op de aangekochte gronden lieten de Huydecopers een Engelse landschapstuin aanleggen door tuinarchitect Zocher. In 1957 worden de Reguliere Kanunnikessen van het Heilig Graf eigenaressen van Doornburgh. Die orde is al in de 11e eeuw door de kruisvaarder Godfried van Bouillon samen met vijf andere mannen gesticht. Godfried had daartoe zelfs zand uit het in Jerusalem gelegen Heilig Graf meegenomen. Onze prioriteit lag bij een bezoek aan de Priorij die de zusters in 1964 lieten bouwen in het park van deze buitenplaats. Daar valt niet direct het oog op, want het ligt verscholen tussen bomen en hoog opgeschoten struikgewas een heel stuk van de Vecht af. Wel dicht bij de bezoekersingang aan de Diependaalsedijk. Een bordje wees ons van daaruit de weg. 

Een warme ontvangst in de keuken van de Priorij 

Onze gastvrouw, mevrouw Nienke Hofman, een van de nieuwe eigenaars, begroette een voor een alle langzaam binnendruppelende 25 deelnemers. Gelijk achter de grote toegangsdeuren kregen zij zicht op een hele grote keuken, die naar later bleek het enige frivole onderdeel van de verder sobere Priorij bevat. Na jaren gesteggel mocht de strenge monumentale eenheid van de Priorij voor één keer doorbroken worden. De combinatie van bruine en gele tegeltjes in de tegelvloer brengt wat warmte binnen het verder uit sobere kleuren bestaande interieur van dit zeer speciale klooster. Onder het genot van koffie en thee met diverse huisgemaakte zoetigheden, begon onze gids Nelly Pos ons in te wijden in de geschiedenis van deze voelbaar sacrale omgeving. 

Er was geld voor handen 

De zusters bezaten voorheen een klooster in te Kloese bij Lochem. Na de aankoop van Doornburgh trokken ze er met z’n 46-tigen in, maar hadden in hun achterhoofd al het plan er een heel nieuw klooster neer te zetten. Over het geld dat nodig was om dit gewenste project uit te voeren, hoefden de nonnen niet in te zitten. Zij stamden voor het grootste gedeelte uit rijkere families (o.a. C&A) van waaruit ze dan ook volop steun konden krijgen om hun ideaal te verwezenlijken. Een vrouw die bij de kanunnikessen intrad mocht er niet meer uit, zelfs de begrafenissen van haar ouders waren taboe. Haar aandeel in de erfenis belandde in de kas van de orde. De zusters zetten zich ,naast hun viermaal daagse gebed in de kapel, jarenlang belangeloos in voor anderen, met name voor de emancipatie van vrouwen. Zij leerden hun naast lezen en schrijven ook om meer voor zichzelf op te komen. Misschien putten de nonnen daar zelf ook de kracht uit om koste wat kost hun droom van een nieuw klooster te verwezenlijken.. 

De knoop wordt doorgehakt 

In 1964 nodigen de zusters de architect Dom Hans van der Laan uit om het door hen gewenste kloostercomplex in de door hem bedachte sobere architectuurstijl ‘De Bossche School’ uit te laten 

voeren. Hij kon de opdracht echter wegens tijdsgebrek niet aanvaarden, zodat hij na overleg met de zusters de vererende opdracht naar zijn leerling, timmermeester/bouwkundige Jan de Jong door mocht spelen. Zij wilden hun streven naar eendracht en evenwicht terug zien komen in hun nieuw te bouwen Priorij. Jan deelde hun ideeën en wilde ‘de ruimte ordenen tot een dak voor het lichaam en uitzicht voor de geest’. Zijn ontwerp laat de filosofie van zijn leermeester Dom Hans zien. Deze is gebaseerd op het ‘plastisch getal’ als uitgangspunt van de stijl van de Bossche School. Dat was het getal 7. Gids Nelly legde uit dat dat te maken heeft met het menselijk lichaam. Ons hoofd is daar bijvoorbeeld het een zevende deel van. Dit resulteert in asymmetrische verhoudingen waarin een compositie ontstaat die een mens als aangenaam ervaart. Nelly wees op de hoog gelegen vensters, waarin kleine ruitjes tussen twee verschillende grotere dat gevoel al op kon roepen. Ongemerkt kreeg ik tijdens de rondgang een gevoel van vervreemding , dat aan de andere kant weer een bepaalde rust bij mij opriep. Misschien zorgde het gekozen ontwerp wel voor de ideale mix om het een heel leven in zo’n omgeving uit te houden. Wat Jan de Jong niet allemaal met eenvoudig naoorlogs bouwmateriaal heeft kunnen verwezenlijken! Zelfs het meubilair, zoals banken, stoelen en boekenkasten met de kenmerkende geelkoperen nagels (kopspijkers) zijn speciaal voor dit gebouw ontworpen. De zusters gingen haast in alles mee met hun architect, maar hij kwam er niet onderuit om zitkussens op het harde meubilair toe te staan. Ook wilden ze op de grote open binnenplaats geen tegels maar een kruidentuin. Rondom die binnenplaats loopt een overdekte galerij waar ook een deel van de kloostercellen op rust . De buitenkant van het complex bestaat uit ruwe bakstenen die door wel drie centimeter brede , korrelige voegen van elkaar gescheiden zijn. Af en toe zitten er afgehakte halve of één derde bakstenen tussen. In 1966 wijdde kardinaal Alfrink dit geslaagde Wederopbouwmonument op plechtige wijze in. Mijns inziens zullen er best wat druppeltjes water op de zwarte steen in de eetkamer terechtgekomen zijn, want daar ligt het door Godfried meegenomen zand uit Het Heilig Graf onder. 

De onvermijdelijke teloorgang 

Met de hulp van veel vrijwilligers is het landschapspark lang in goede staat gebleven. De kloosterbezetting dunde langzaam uit omdat er zusters stierven. Maar vanwege het teruglopen van roepingen, vulde geen enkele jonge vrouw de leeggevallen plek van de overleden zuster meer in. De meesten kregen op hun met veel overgave veroverde eigen terrein er wel hun laatste rustplaats. Uiteindelijk besloten in 2017 de zeven overgebleven kanunnikessen van het Heilig Graf tot de verkoop van de hele buitenplaats. Alle in de barstensvolle kelder opgeslagen spullen zaten bij de prijs inbegrepen. 

Doornburgh 

Na de rondgang door de Priorij bezochten we kort het hoofdhuis van deze buitenplaats, die een totale oppervlakte van negen hectare heeft. Het gebouw stamt uit de 18e eeuw en is een van de tachtig overgebleven buitens die de Vechtstreek nog telt. Het zijn er rond de 200 geweest. Maar allereerst hebben de Fransen er in het Rampjaar 1672 een flink aantal van gebrandschat en die daarna lang niet allemaal herbouwd zijn. Na de val van Napoleon waarde, vanwege de niet meer op te brengen hoge onderhoudskosten, het spook van de sloop hier overal rond. Volgens gids Nelly zegt het boven de voordeur aangebrachte jaartal 1721 niet zoveel, want het kan voor hetzelfde geld van een ander landhuis komen. Het bewijs zou de ster naast de voordeur kunnen zijn, want die houdt verband met de gebeurtenissen in het Rampjaar. Die ster gaf aan dat de eigenaar de plundering en het in brand 

steken had afgekocht. In 1912 kwam Doornburgh in het bezit van J.P. van Voorst van Beest. Deze man had in Groningen en Friesland vervallen Borgen en Staten opgekocht. Hij gebruikte daaruit allerlei onderdelen om andere buitens, waaronder Doornburgh, te restaureren . De authentiek lijkende schouw in een van de stijlkamers blijkt uit Slot Zeist te komen. Op het daarop aangebrachte schilderij is de ontmoeting tussen Jacob en Rebecca te zien. In de andere kamer bevat het plafond witjes. Tevens hangt er boven de haard een schilderij met daarop de Godin Flora. God mag weten waar Van Voorst van Beest dat nou weer heeft opgedoken. Huis Doornburgh is zonder meer toe aan een grondige restauratie om de grandeur die het buiten heeft weer naar boven te halen. Als er geen kink in de kabel komt gaat dat in de nabije toekomst gebeuren. Bij deze wil ik onze gids Nelly complimenteren met haar consistente verhaal over allerlei vervlogen tijden. Ik denk dat zij de deelnemers wel wat stof tot nadenken heeft meegegeven. 

Aantekeningen van Gert Jan Schimmel waren mooie aanknopingspunten om er een verhaal van te maken. In zo’n Priorij dwalen je gedachten al gauw af.

Gerard Baar

Nieuwsbericht delen