![]() |
Historische Kring Nederhorst den Berg |
Historische Kring neemt kort bezit van kasteel Nijenrode24 juni 2011 De slotvoogd was ons geheel ter wille, de inname was een fluitje van een cent. Oprijden tot de slagboom, waarop deze zonder slag of stoot openging. Een van de voormalige bezitters van dit vermaarde kasteel kon zich bij het zien van deze uitvinding weleens in zijn graf omgedraaid hebben, omdat hij gek was op alles wat met techniek te maken had. Dat was Onnes, een rijke koffiehandelaar uit Amsterdam die er op een voor het voortbestaan van Nijenrode gunstige dag in het jaar 1907 toevallig met zijn auto langsreed en zag dat de bomen genummerd waren. Hij ging poolshoogte nemen en begreep dat alles in en om het slot apart onder de hamer kwam, zodat de sloop zijn beslag zou krijgen. Zonder zich te bedenken kocht hij het kasteel en de landerijen van de erfgenamen van De Heus, die bij leven een rijke industrieel was. De familie De Heus is onder te brengen in de categorie koopmansadel. Zij bezaten in Utrecht onder andere koperpletterijen en een knopenfabriek voor soldatenuniformen. De nieuwe eigenaar Onnes bouwde Nijenrode (wat 'nieuwe ontginning' betekent) in zo'n drie-en-twintig jaar om tot een heel ander kasteel. Hij brak veel af, maar daar kwam het een en ander voor terug. Ondermeer het poortgebouw waar bezoekers en een tegenwoordig niet te verwaarlozen aantal studenten onderdoor moeten om op het kasteelterrein te komen, nadat ze de houten brug die over de slotgracht ligt overgestoken hebben. Bovendien gooide hij onder auspiciën van de tuinarchitecten Copijn en Springer veel om in het uitgestrekte park. Zijn trots was een rosarium in neo-barokstijl. De laatste particuliere bewoner, de kunsthandelaar Goudstikker, zette daar rond 1935 in het midden een bronzen prieel neer, met daarop zijn lijfspreuk in het latijn. 'Non numero nisi serenas horas', vertaald in het Nederlands luidt dit: 'ík tel alleen de zonnige uren'. Een heel ander uitgangspunt dan dat van de koper van de ruïne van het door de Fransen in 1673 gebrandschatte Nijenrode. Het geslacht Ortt's, dat van 1675 tot 1853 het groots wederopgebouwde kasteel bewoonde voerde de veel strijdlustigere lijfspreuk "Nulli Cedo", te vertalen met 'ik wijk nooit'. Ze hebben dat lang vol kunnen houden! Voor de eerder aangehaalde koper Onnes, gold denk ik 'zo wil ik het', want de neo-Tudorstijl met zijn kantelen en stenen bruggen, waarmee Nijenrode vanaf 1853 naar de smaak van oud-kasteelheer De Heus gemoderniseerd was, moet hem een doorn in het oog zijn geweest. Allereerst komen er weer houten ophaalbruggen en verrijzen er stijlvolle gebouwen, waaronder een chauffeurswoning. In 1917 liet hij de oude twee verdiepingen tellende donjon die aan de zuidkant van het slot vastzat, afbreken en hem vier hoog opnieuw opmetselen met stenen van kasteel Vredeburg uit Utrecht. Volgens onze gids waren die stenen weer terug op de plek vanwaar ze in de middeleeuwen weggeroofd waren. Nijenrode hoorde vroeger bij Holland. In die tijd was het gebruikelijk om met geweld zaken in je bezit te krijgen. Een klein voorbeeld is de drieste aanval van een Gelderse hertog op slot Nijenrode. Hij kwam anders binnen dan wij en nam een van de twee dochters mee naar zijn eigen kasteel. Toen bleek dat hij de verkeerde meegenomen had - ze was de jongste en had geen erfrecht - bracht hij haar terug en schaakte de oudste dochter met evenveel geweld als hij de jongste geschaakt had. In de eeuwenlange strijd tussen Holland en de bisschoppen van Utrecht ging het er net zo aan toe als een ridder dacht dat hij in zijn recht stond. De trap van een donjon heeft daarom altijd ongelijke treden om de vijand te doen struikelen voor als ze binnen stormden, om dezelfde reden draaide hij rechts omhoog. De vijand kon dan niet uithalen met zijn handwapen, waardoor de verdedigers in het voordeel waren. Een oplettende mede-excursist merkte op dat de trap van de donjon van Nijenrode linksom naar boven liep. Het enige foutje in de restauratie, voor de rest was alles tot in de kleinste details perfect. Om een voorbeeld te noemen, de in de vertrekken aanwezige kapitelen waren van over de zee aangevoerde rode Wesersteen. Dit vanwege het feit dat rond 1250 de Overijsselse Vecht niet bevaarbaar was, zodat de later veel voorkomende Bentheimersteen niet aangevoerd kon zijn in de tijd van de bouw van het eerste kasteel Nijenrode door Splint van Ruwiel. Het enige wat nog aan de invloed van de Ruwiels' herinnert is het buitenschilderwerk in hun kleuren, te weten wijnrood en geel. De excursie begon met een lange wandeling door het uitgestrekte park na een kop koffie in de Neelie Kroeshal in het Albert Heijngebouw dat volledig onzichtbaar vanaf de Rijksstraatweg, op het in totaal 56 ha metende grondgebied van de Universiteit Nijenrode staat. Deze heeft in 1950 het geheel gekocht van de familie Goudstikker. Tot 1982 was het een elitair instituut dat toekomstige ambassadeurs opleidde. Nu heet het al jaren The Netherlands Business School, een opleiding kost weliswaar nog veel geld maar iedereen kan in principe aangenomen worden. Niet alles wat Onnes aanpakte is gelukt. Het was zijn bedoeling dat vele exotische bomen in zijn landschapspark zouden gedijen. Dat alleen de moerascypres als een van de weinige bomen tot grote hoogte kon groeien zegt genoeg over de grondwaterstand. De wandeling, die volgens de gids wat langer dan anders was, diende ter compensatie van het uitvallen van de bezichtiging van de mooiste zaal van Nijenrode, de Blauwe Kamer. Daar vond een belangrijke vergadering plaats die onder geen beding verstoord mocht worden. Desondanks verliet iedereen voldaan het terrein aan de zuidkant door het in opdracht van Onnes in 1907 verplaatste inrijhek, dat nu dienst doet als uitrijhek. Het schoot mij bij het omhooggaan van de slagboom te binnen, dat niet alles kan blijven zo het is. Het hek ziet er hetzelfde uit maar heeft een andere functie gekregen, hopelijk net zoals velen die hier een nieuwe studie volgden. Terug naar het nieuwsarchief. Terug naar Actueel. |
|
| © Historische Kring Nederhorst den Berg 2005-2011 | Contact | Over de site | RSS |