Historische Kring Nederhorst den Berg Historische Kring Nederhorst den Berg

Over vrachtschepen op de Vecht en molens met scheprad of steen in de streek er omheen

28 maart 2010

Maar eerst een kort verslag van de op 5 maart gehouden jaarvergadering van de HKN. Deze verliep net zo op rolletjes als de molenstenen die later op de avond in beeld kwamen. Voor de goede orde, het bestuur heeft dezelfde samenstelling gehouden. Verder geeft de uitgereikte nieuwsbrief een mooi overzicht van alles wat er onder de vlag van de Historische Kring plaatsgevonden heeft in het afgelopen jaar, naast dat wat het nieuwe verenigingsjaar in petto heeft. Belangstellenden kunnen hem ook doorlezen op de website: www.historischekring.nl (downloads). Iedere bezoeker kon bovendien het mooie boekje 'Fietsen en wandelen door de historie van Wijdemeren' mee naar huis nemen. Een uitgave van de Historische Kringen die Wijdemeren rijk is en mogelijk gemaakt door een ruime subsidie van de Rabobank plus een kleine bijdrage van de gemeente. Gratis af te halen bij de Rabobank, het gemeentehuis, het Spieghelhuis of bij 'de Spot' in de hal. In het kader van de 'Zoektocht Filmbeeldmateriaal' kreeg de zaal een door Ben Hageman en Frenk Franssen op dvd gezet filmpje uit 1968 voorgeschoteld met beelden van de kermis op de oprijlaan van het kasteel. Het was een vrolijke boel. Om de met vijftig mensen gevulde zaal de vooruitgang te tonen die met het digitaliseren van de foto's gemaakt wordt, toverde Theo van der Zee bij het zoekwoord 'Voorstraat' ineens de trots op een fiets zittende jongedame Aletta van Wijngaarden tevoorschijn. Ze was even terug uit de vergetelheid, want de foto dateert uit 1910. Ze zou nu midden op het begin van de Ruysdaelstraat gestaan hebben, de toegangsweg die aangelegd is om de bewoners van de wijk Horn en Kuyerpolder in staat te stellen hun huizen makkelijk te bereiken wanneer ze vanaf de provinciale weg (de Loodijk) het dorp binnenkomen. De demping van de Reevaart heeft dat bewerkstelligd.

De eigenaar van het varend monument 'De Blauwschuit', drs. Koos van Essen, zou misschien zijn lezing niet hebben kunnen houden als de bisschop van Utrecht in 1122 geen opdracht had gegeven om de Kromme Rijn bij Wijk bij Duurstede af te sluiten van de Rijn. Die beslissing getuigde van visie op waterbeheer. De daartoe opgeworpen dam ging de geschiedenis in onder de naam, de Doorslag. Dankzij die afsluiting kon ook de loop van de Vecht wat beter beheersbaar worden omdat deze eveneens een deel van het door de Rijn aangevoerde water moest verstouwen. De Lek nam de totale waterafvoer van de Beneden Rijn over, zodat het waterpeil van Kromme Rijn, Vecht en Oude Rijn daalde. De ontginning vanuit de Vecht, waarmee pioniers al een dikke honderd jaar eerder begonnen waren, kon uitgebreid worden. Dientengevolge nam de economische activiteit toe zodat het vrachtvervoer op deze rivier zich langzamerhand ontwikkelde. Om dat te staven liet Van Essen een keur aan schepen aan de hand van lichtbeelden de revue passeren. Van boomstamkano via een Romeinse boot, met de mast in het midden en roeiers aan boord voor het geval de wind weg zou vallen, naar de trekschuit tot aan het emancipatorische opduwertje toe. Dat bootje was een uitkomst voor schippers die met een vrachtzeilschip voeren en geen geld hadden om een heel motorschip te kopen. De vrouw van de schipper had het roer in handen omdat hijzelf niks kon zien. Het zal hem qua tijdsbeeld gezien niet lekker gezeten hebben, maar de Romeinen wisten het al: je moet roeien met de riemen die je hebt. Alle gekheid op een helmstokje neemt niet weg dat vooruitgang ééns achterhaald wordt. Die waarheid gold ook voor de beroepsscheepvaart op de Vecht. De boten namen in grootte toe, daarnaast kwamen er steeds meer schepen bij en de komst van de stoomboot luidde haar definitieve einde als belangrijke scheepvaartweg in. Onze veelgeroemde Vecht is gered door het in 1892 geopende Merwedekanaal. Beurtschippers hebben het het langst uitgehouden. Net zo lang tot de paden de metamorfose tot echte rijwegen hadden ondergaan. Hier en daar liggen nog wat monumentale boten en bootjes afgemeerd. Vlakbij de brug van Vreeland is een bakdeksleepbootje te bewonderen en met wat geluk kunt u de zeilklipper van Koos van Essen bij Overmeer langs zien komen. Het enige wat vanaf de aanvang van het varen op de Vecht bewaard gebleven is, is het overgeleverde gezegde: bij varen op de Vecht, ligt je beurs op de plecht.

Een ander slachtoffer van veranderende economische omstandigheden heeft zich in onze Vechtstreek landelijk gezien verhoudingsgewijs goed gehandhaafd. U begrijpt het al, de molen. Tijdens een tochtje in de omgeving komen ze van alle kanten in beeld. De recent voor zijn molenaarsdiploma geslaagde drs Dick Vierbergen probeerde zijn passie voor die baanbrekende uitvinding over te brengen aan zijn toehoorders. De eerste poldermolen begon in 1404 te draaien en te malen. Uit nood geboren, want door het inklinken van het veen kwam het land beneden het peil van de afwateringsriviertjes te liggen. Die eerste watermolen was een knap uitgedachte nazaat van de korenmolen. Met behulp van diezelfde wind en de volkomen beheersing van het hefboommechanisme slaagde Cornelis Cornelisz er jaren later in, geholpen door wat vandaag de dag een team heet, zich onsterfelijk te maken. Zonder hem zou de VOC nooit van de grond zijn gekomen. Hij zorgde er voor dat in 1594 een door hem ontwikkelde houtzaagmolen in gebruik genomen kon worden. Het gemak dient de mens, wind was in ruime mate voorhanden en de ene na de andere inventieveling zorgde voor nieuwe technische ontwikkelingen. De bezittende elite van de Republiek zag er brood in. Die industriematig gebruikte molens vervingen arbeidsintensief handwerk. Daardoor kon de niet aflatende honger naar zeewaardige schepen wat sneller gestild worden. Het hout daarvoor groeide niet in Holland. Het Zwarte Woud bracht uitkomst. Kenners uit Holland zochten in die bossen rechte stammen uit waarmee ze uit de voeten konden om schepen te bouwen die de Republiek der Zeven Provinciën in staat stelde de zeeën bijna een eeuw lang te beheersen. Rechte stammen heten in Duitsland nog altijd 'Holländer'.

Het gebruik van de naam Holland is, als het over molens gaat, nog altijd in zwang. Vierbergen liet ons er veel zien, van hoosvatwatermolen tot de door hemzelf bediende korenmolen 'De Hoop' in Loenen aan de Vecht. Het is een stellingmolen omdat hij aan de rand van het dorp gebouwd is. De wieken moeten uit alle hoeken wind kunnen vangen, daartoe staat hij op een achtkantige stenen onderbouw. Hij legde haarfijn de technische werking uit. Als ik het goed begrepen heb draait het allemaal om de koningsspil. Molenaar zijn is geen eenvoudige bezigheid. Het luistert allemaal nauw. Hij moet bijvoorbeeld kunnen zwichten (zeil minderen) bij toenemende wind. Wordt het te gek dan is er als laatste redmiddel de vang (de rem). Dat remmen is helemaal een vak apart. Als je te langzaam remt ontstaan er vonken, doe je het te snel dan bestaat de kans dat de as afbreekt. De tussenweg moet de molenaar goed in de vingers hebben. Gelukkig loopt het kruiwerk van molens op rolletjes, want anders zouden de wieken nooit bij alle winden mee kunnen draaien. Tot slot nodigde de heer Vierbergen zijn gehoor uit om op een zaterdag eens te komen kijken hoe het er in zijn molen aan toe gaat. Ook daarbij geldt net als vroeger bij het brengen van het graan: die het eerst komt, die het eerst maalt.

Gerard Baar

Terug naar het nieuwsarchief.

Terug naar Actueel.

© Historische Kring Nederhorst den Berg 2005-2011 | Contact | Over de site | RSS