Historische Kring Nederhorst den Berg Historische Kring Nederhorst den Berg

Een beknopte geschiedenis van het buiten Vreedenhoff

8 juli 2009

Op 24 april 2009 hield de heer A.J.A.M. Lisman voor een gehoor van 40 mensen een uitgebreide dialezing over de door hem bewoonde buitenplaats, die tussen Loenen aan de Vecht en Nieuwersluis aan de Rijksstraatweg ligt. Het duurde wel even voordat Vreedenhoff er bij stond zoals het er nu bij staat. Wat daar allemaal aan voorafging kregen de toehoorders te zien en te horen van een man, die al vanaf zijn twaalfde helemaal gek is van buitenplaatsen. De geschiedenis van de zijne kent hij van haver tot gort, zodat hij op zijn gemak een boeiend betoog over Vreedenhoff kon houden. Ik probeer een samenvatting te geven van de anderhalf uur die hij erover aan het woord is geweest. Langs de Vecht en de Angstel hebben in het verleden wel 150 buitenplaatsen gestaan, waarvan er nog ongeveer 50 in allerlei stijlen over zijn. Naast Vreedenhoff stond bijvoorbeeld Ouderhoek, een van de meest schitterende buitens. Net als Petersburg een paar maal bezocht door Tsaar Peter de Grote. Of het ermee te maken heeft dat ze allebei verdwenen zijn laat ik in het midden. Middenhoek bestaat nog, het ligt wat naar achteren, naast Vreedenhoff, vanaf het dorp Loenen bekeken. Maar de oude ingang van Vreedenhoff valt veel meer in het oog door het prachtige smeedijzeren hek in Lodewijk de Vijftiende stijl. De smid Gijsbert van Dijk werkte daar 3 jaar aan, samen met zijn knechten. Het is op koetsdoorrijhoogte ontworpen, van een onvoorstelbaar vakmanschap en rond 1760 in opdracht van Pieter Trip gesmeed. Ik loop iets vooruit op de zaken, want het hek staat op de plek van een rond 1690 gebouwde koepel die bij de buitenplaats van Andries Pels hoorde, de rijkste man van Nederland. Dat buiten, 'Het huis van mijnheer Pels', kwam in de plaats van de op het terrein staande grote L-vormige boerderij, met wel drie hooibergen. Hij liet alles afbreken om zijn buiten op die plek te kunnen bouwen. Geheel volgens de traditie van die tijd diende de koepel om de bezitter de gelegenheid te geven tot aan de horizon te kijken wanneer hij dat wilde. Daar kwam geen enkele tuinarchitect onderuit bij het ontwerpen van een landschapstuin. Zo'n zichtlijn was heilig. Het in 1719 uitgegeven bekende boek van de Vechtstreek, "De Zegepralende Vecht", bevat afbeeldingen van dit niet zo grote maar wel weelderig ingerichte buiten. Eigenaar Andries Pels overleed in 1720. Zijn weduwe hield het tot op haar oude dag in eigendom, maar het zal haar uiteindelijk teveel geworden zijn. In 1749 verkocht ze, waarschijnlijk door haar leeftijd gedwongen, de droom van haar man aan de 'young coming man' Pieter Trip voor 19.000 gulden. Ter vergelijking, het bovengenoemde hek waarop de naam Vreedenhoff in gesmede sierletters staat en dat tien jaar later de oprijlaan naar het nieuwgebouwde blokvormige buiten af zou sluiten, kostte 17.000 gulden.

Pieter Trip pakte de zaken rigoureus aan. Hij liet het oude buiten afbreken en de landschapstuin van Pels bijna geheel omzagen. Er bleven misschien circa 20 bomen staan. Daarvoor in de plaats kwam een formele tuin naar de mode van die jaren. Met hagen, gazons, bloemperken en vijvers. Een arbeidsintensieve tuin in onderhoud, dus goud geld kostend. Maar Trip hoefde niet op een paar centen te kijken. De heer Lisman heeft berekend dat de man minstens 140.000 gulden aan het huis besteedde. In 1786 veranderde het buiten voor een habbekrats van eigenaar. Spreker had het over een bedrag van 25.000 gulden.

Het buiten heeft tot nu toe acht eigenaren gekend. Dat het zijn oude stijl zo goed behouden heeft, is te danken aan Louise Bakker. Ze was een ongetrouwde dochter van Jonkheer Bakker, die Vreedenhoff rond 1860 kocht, en een zuster van Jonkheer Bakker jr., voormalig burgemeester van Vreeland die in 1912 overleed. Louise Bakker verkeerde in de gelukkige omstandigheid dat ze in bepaalde kringen ingevoerd was. Haar vader had meer dan 25 jaar de functie van 'vader' van het Burgerweeshuis (tegenwoordig het Amsterdams Historisch Museum) van Amsterdam vervuld. Vreedenhoff moest in 1905 na het overlijden van hun vader noodgedwongen door de kinderen geveild worden. Het ging ze aan het hart want de familie had er toch wel zo'n veertig jaar gewoond. Louise wilde beslist niet dat het in gedeeltes van de hand zou gaan. Ze kocht zelf het huis door op de veiling het hoogste bod uit te brengen, waarna ze op zoek ging naar geld. Dat vond ze bij Göbel van Aalst uit Dordrecht, die het buiten kocht onder de door haar bedongen restrictie dat alles zou blijven zo het was. Binnen en buiten. Indien Van Aalst zich niet aan zijn belofte zou houden, had zij bij de verkoop bedongen, dat dan een vergoeding geëist kon worden. Maar de man legde na de dood van zijn echtgenote, die door een rijtuigongeluk om het leven kwam, zijn hele ziel in Vreedenhoff. Hij liet alles perfect restaureren. Niets ontging zijn spiedend oog, het volgde bij wijze van spreken iedere spijker die geslagen werd. Het enige wat hij aan het huis toevoegde was de serre aan de zuidkant. Tot de dag van vandaag is het interieur, dat in opdracht van Pieter Trip met behulp van een architect haar vorm kreeg, tamelijk authentiek. Het als een van de weinige in de Vechtstreek bewaard gebleven stucwerk uit de 18e eeuw is een bijzonder staaltje van vakmanschap. Het is getrokken met een malletje en met de hand geboetseerd. En dat allemaal in Lodewijk de Vijftiende stijl met veel vogels en bloemen in allerlei variaties. Boven de dikke deuren in de hal zijn de lente, zomer, herfst en winter allegorisch uitgebeeld. Wat mij erg aansprak was de in de zaal van het buiten in stucwerk uitgevoerde verpersoonlijking van de wind op de vier wanden van de uit die richting komende wind. De meest smerige wind, de noordenwind, wordt op de noordwand weergegeven als een sater. Treffender kan die, vooral in het voorjaar heersende, door merg en been gaande wind niet uitgebeeld worden. Verder zit er een schat aan houtsnijwerk in het pand en in de hal ligt een bijzondere op schelpen gelegde, gespiegelde marmeren vloer. Ik stel mij voor dat je overal waar je van binnen naar buiten kijkt altijd de verzorgde tuin ziet. De tuinman is het hele jaar in de weer om alles te onderhouden.

Tijdens de oorlog vorderde in 1943 de Kriegsmarine Vreedenhoff. Om de tijd te doden beschilderden kunstzinnig ingestelde soldaten zelfs het plafond van het souterrain met bloemmotieven. Daarin bevond zich een mangelkamer annex bar. Direct na de bevrijding namen de binnenlandse strijdkrachten het in bezit. De toenmalige eigenaar Blankenberg heeft bijna een proces moeten voeren om ze eruit te krijgen. Hij mocht niet eens zijn eigen huis in. Ze vierden er feesten en verlieten, pas na het dreigen met verdere maatregelen door de bezitter, na een half jaar zonder veel haast Vreedenhoff. Begin jaren zestig zag multinational Philips wel iets in het karakteristieke pand. De bedoeling was er een representatieve funktie voor buitenlandse gasten aan te geven. Uiteindelijk lukte dat niet. Vervolgens stond het buiten zeven jaar leeg.

Lisman kocht het uiteindelijk en bracht het onder in een stichting. Hij ging en gaat er voor. Dat blijkt uit zijn verhaal hoe hij aan de zonnewijzer is gekomen van zijn buren aan de overkant van de Vecht, die precies bij het buiten past. Hij had het geluk dat de overbuurman zonder resultaat alle buitenplaatsen langsgefietst was om de zonnewijzer te verkopen die al jaren in de tuin bij zijn woonark stond. Ze gingen verhuizen naar een serviceflat, zodat ze er afstand van moesten doen. Lisman had dat ding nodig en de man noemde een redelijke prijs. Bij het ophalen van de wijzer aan de overkant van de Vecht hoorde hij vanuit een bovenraam de stem van een oude mevrouw roepen: "Oh, wat leuk dat ik u nu van dichtbij zie. Ik heb u alleen maar door de verrekijker gezien in al die jaren." Tot slot nog enkele tips voor het geval lezers een buiten willen kopen. Als u een hardstenen stoep moet vernieuwen, doe dat dan nooit met Belgisch hardsteen. Je betaalt eerste keus maar krijgt tweede keus volgens de heer Lisman. Verder mag u van geluk spreken dat u geen geld hebt om een buiten te kopen, want je komt er bij leven niet meer van los. 6 mei jongstleden zag ik hem zorgelijk over het aangereden uiteinde van zijn mooie hek gebogen staan om de aanzienlijke schade op te nemen.

Gerard Baar

Terug naar het nieuwsarchief.

Terug naar Actueel.

© Historische Kring Nederhorst den Berg 2005-2011 | Contact | Over de site | RSS