Historische Kring Nederhorst den Berg Historische Kring Nederhorst den Berg

Verslag Jaarvergadering 2009

13 april 2009

De jaarvergadering van de Historische Kring op vrijdag 27 februari 2009 werd opgeluisterd door de presentatie van de vernieuwde website van webmaster Jan Pieter Nagel en een lezing over het opgraven van de fundamenten van de Loosdrechtse porseleinfabriek, gehouden door Ernst Haselhoff Lich Kasteleijn, voorzitter van de Historische Kring aldaar.

U begrijpt dat dit verslag er niet even snel uitgegooid kan worden voor het sluiten van de persen, zoals dat in journalistenjargon heet. Er is al genoeg stukgegaan in de tien jaar dat de fabriek van dit speciale Loosdrechts porselein bestaan heeft. Minstens de helft brak voor het helemaal af was, een ander deel ging eveneens de plomp in omdat het niet voldeed aan de hoge eisen die oprichter dominee Joannes de Mol er aan stelde.

De door ongeveer 50 mensen bezochte vergadering begon met de opening door voorzitter Jaap Jansen. Die kon eigenlijk zo doorgaan naar de bestuursverkiezing, omdat secretaresse Ans Baar een buitengewoon overzichtelijke nieuwsbrief in elkaar gedraaid had die geen verdere toelichting behoefde. Voordat het echt begon bekrachtigde eerst nog de hele zaal door middel van applaus de herbenoeming van de bestuursleden Marijke Overmars en Herman Veldhuisen. Theo van der Zee zat weer aan de knoppen voor het geluid en had de beamer ter ondersteuning van de komende presentaties al ingesteld.

Ons jongste lid Jan Pieter Nagel had staan trappelen om aan het publiek, waarvan de meesten allang geen digibeet meer zijn, zijn onzichtbare monnikenwerk uit te leggen door het zichtbaar te maken. In het kort zette hij uiteen wat er allemaal op de website staat. Eigenlijk alles wat er te zien of te doen is bij de Kring. Het summum is een Google Maps-projekt: een historisch rondje Nederhorst den Berg via de satelliet. Over een maand kunt u uw hart ophalen bij: www.historischekring.nl. Jan Pieter kreeg luid applaus voor zijn prestatie. Als u de site gaat bezoeken zult u zien dat dat terecht is.

Het onderwerp van de heer Ernst Haselhoff Lich Kasteleijn sloot wel wat aan bij het vorige want hij is er in geslaagd in 1999, met de hulp van vrijwilligers en wat subsidie van Loosdrecht, de fundamenten van de geheel verdwenen Loosdrechtse porseleinfabriek bloot te leggen. De enige in Nederland waarvan overblijfselen gevonden zijn. Iets onzichtbaars kwam na eeuwen weer te voorschijn. De fabriek stond tegenover de Hervormde kerk aan de Oud-Loosdrechtsedijk op de plek waar eens het nieuwe dorpscentrum van Loosdrecht gaat verrijzen. De verouderde Ireneschool moest daar weg, zodat de Historische Kring Loosdrecht haar kans schoon zag archeologisch onderzoek te gaan doen. Uitgerekend op de laatste van de zes toegestane graafdagen hadden de gravers succes. Iemand stootte met de spa op een balk. Het begin was er en aan de hand daarvan konden ze de omvang en inrichting van het complex langzaam achterhalen. De vorsers wisten al dat de fabriek maar 10 jaar in gebruik was geweest. Te weten van 1774 tot 1784. Ze kwamen tot de bevinding dat het gebouw een lengte van 55 meter heeft gehad met een oven aan het water (wat toen nog door legakkers onderbroken werd) en dat er aan de karrespoorkant naast een atelier ook een moffeloven had gestaan. Het levenswerk van een sociaal bewogen mens begon zich af te tekenen. Dominee De Mol had de fabricage in gang gezet door de aankoop van de boedel van de over de kop gegane Weesperporseleinfabriek, die op technisch gebied voor de vervaardiging van porselein heel wat in zijn mars had. Ongetwijfeld kreeg De Mol de beginselen mee van het procedée dat gevolgd moest worden om mooi porselein te kunnen maken. Vol idealisme zette hij zijn mensen aan de slag. Zijn doel was het bestrijden van de armoede, die door de vervening was ontstaan. Hij kreeg veel voor elkaar, want op een zeker moment werkten er 60 volwassenen, die tussen het arbeidsintensieve werk door ook nog eens 25 kinderen schoolden in het zeer nauw luisterende fabricageproces van porselein.

Voor de fabricage zijn drie grondstoffen nodig. De eerste, kiezel (kwarts), haalde hij van de Hoorneboegseheide. De rapers brachten het naar een pletmolen in Utrecht, die het fijn maalde. Met de tweede grondstof, kaolien, lag het wat moeilijker. Deze aluminiumaarde moest uit Meissen (Saksen) komen, maar mocht eigenlijk niet uitgevoerd worden. Toch was het in Loosdrecht voorhanden,omdat het onontbeerlijk was voor de fabricage van het porselein daar het bij een verhitting tot twaalfhonderd graden glasachtig werd. Tijdens het bakken werd het porselein daardoor heel mooi wit. De derde grondstof, veldspaat, gaf het porselein z'n doorzichtigheid. Het Loosdrechtsporselein kreeg het merk M: OL. (Manufactuur Oud-Loosdrecht.) Het was duur in aanschaf, dus droeg het eigenlijk al de teloorgang in zich. De reden las u al in het begin. De Mol was niet zakelijk genoeg. Ondanks kapitaalsinjecties door middel van een loterij, die wel f 40.000,- opbracht, redde hij het niet. Na nog twee jaar doormodderen ging hij failliet. Zijn geldschieters lieten alle apparatuur naar Nieuwer Amstel brengen, waar ze zelf woonachtig waren. Twee weken later stierf Joannes de Mol, totaal gedesillusioneerd. Wedgewood, dat veel goedkoper produceerde, had hem de das omgedaan.

Dat dominee De Mol mooie dingen liet maken heeft de spreker eigenhandig bewezen. Op zoek naar scherven vonden hij en zijn helpers niets in het water vlak achter de fundamenten. Na enig nadenken was dat te begrijpen. Daar had de vaart gelopen waarover alles aangevoerd moest worden. Denk alleen maar aan al die vráchten takkenbossen die nodig waren om de oven te verhitten. Waterwegen waren toen heel belangrijk en moesten op diepte blijven. Daar gooi je geen mislukt porselein in. Iets verder bij een landuitstulping in de plas, het Bokkelandje genaamd, had de werkgroep succes. De proef met de volle bak van een shovel slaagde. Nadat die leeggedropen was kwamen er aardig wat scherven te voorschijn. Het was mooi weer dus schakelden de zoekers een platte boot in, voorzien van een poliep. Dat is een vijfvingerige graafarm. Maar een mens wil meer dus dook mevrouw Jeanette van der Meulen van de inmiddels opgerichte Stichting Loosdrechts Porselein (SLOP) bij mooi weer onvervaard het veenwater in. Laat ze nu in een klap het bestaansrecht van het SLOP uit het slob opduiken in de vorm van een porseleinen dolfijn! (Mevrouw Van der Meulen was meegekomen en bediende als assistente van Kasteleijn de beamer om de dia's op tijd in beeld te laten komen.) De spreker zelf had zich bij het zoeken naar porselein ook niet onbetuigd gelaten en vertelde hoe hij bij een duik in het ongewisse ineens een handvat omklemde. Hij trok uit allemacht maar het voorwerp zoog zich vast in de modder. Onverrichterzake moest hij vanwege luchtgebrek weer naar de oppervlakte. Na een tijdje ademhappen dacht hij 'nu of nooit', dook opnieuw en had alle geluk van de wereld. Weer beet. Uit allemacht wrikkend en trekkend schoot hij ineens bijna half dood naar boven met een prachtige intakte terrine. Het pronkstuk van het SLOP is echter een opgebaggerd beeldje met twee hellehonden. In twee stukken gevonden, dertig meter uit elkaar. Het paste precies. In Sèvres vond mevrouw Jeanette het bewijs dat het om echt Loosdrechts porselein ging. Daar bezat het museum precies zo'n stuk,gesigneerd met M:OL, ontworpen door Falconet. Spreker besloot zijn lezing met de opmerking dat er nog een heleboel scherven (hij had er wat meegenomen) liggen te wachten om aan elkaar gepast te worden, dus als u zich geroepen voelt...... Makkelijker is het om de mooie collectie Loosdrechts porselein te bezichtigen die in kasteel Sypestein permanent tentoongesteld is.
Gerard Baar

Terug naar het nieuwsarchief.

Terug naar Actueel.

© Historische Kring Nederhorst den Berg 2005-2011 | Contact | Over de site | RSS