Historische Kring Nederhorst den Berg Historische Kring Nederhorst den Berg

Een buitengewoon bevlogen niet-Berger aan het woord

12 november 2008

Een lezing over Nederhorst den Berg en omgeving, gehouden op 24 oktober 2008, door drs U. F. Hylkema, die gespecialiseerd is in de functieverandering van historische en eigentijdse monumenten.
In een boeiend betoog probeerde de heer Hylkema zijn ongeveer 80 toehoorders zo ver te krijgen dat ze gingen geloven dat het dorp net na de oerknal binnen een totale leegte als eerste op deze wereld was ontstaan. Met de snelheid van het licht doorliep hij alle facetten van de geschiedenis waar Nederhorst den Berg mee te maken heeft gehad of zou kunnen hebben. Hij begon zijn verhaal met het beschrijven van het naderen van het dorp vanuit de richting Hilversum. Het duurt volgens hem heel lang voor je er wat van ziet. Wanneer je dan het hart binnenkomt zie je een kerk, een kloostertje en een paar, soms aardige, huizen. Hij vond dat je er voor je het weet zo weer doorheen bent. Om zijn publiek nog meer aan zich te binden gooide hij het nog even voor de voeten dat het helemaal niet in een Vechtdorp woonde. Er liep vroeger wel een kanaaltje doorheen dat in verbinding met de Vecht stond, maar dat had plaats moeten maken voor het verbeteren van de infrastructuur. De spreker opperde voorzichtig dat de gemeente daarbij nogal rigoureus te werk was gegaan, maar verzachtte zijn betoog door die werkzaamheden terug te koppelen naar het tijdperk waarin ze waren uitgevoerd. Begin jaren zeventig van de vorige eeuw raakte ons land in een stroomversnelling op velerlei gebied. In alles was snelheid geboden.
Om zijn luisteraars een riem onder het hart te steken liet hij een kaart zien van Nederhorst den Berg uit ongeveer 1630, een handgetekende van Johan Blaeu. Daarop staat het dorp aangeduid met de naam Den Berch en het kasteel als 't Huys' Horst. Er loopt een vaart van de Vecht bij Overmeer tot even voorbij het slot, om vervolgens af te buigen naar het oosten in de richting van Ankeveen. Van een doorgetrokken Reevaart is nog geen sprake. Hylkema poneerde de stelling dat Godard van Reede graag vanaf zijn bezit per schip vertrok om naar zijn werk bij de Staten van Utrecht te gaan. Wat later kwamen die Staten op het idee de vaarweg naar Keulen te verkorten. Een zegen voor Den Berg. Het zette het dorp op de kaart. Die kaart bleef net zo lang in beeld tot de spreker in een niet aflatende stortvloed van woorden de trots van de Bergers op hun woongebied naar heuvelhoogte had opgestuwd. Terechte trots naar hij probeerde uit te leggen. Nederhorst den Berg is nota bene de oudste nederzetting binnen de nieuwgevormde gemeente Wijdemeren maar wordt bijna nooit genoemd. Eigenlijk is het dorp gewoon aan de kant geschoven. Op kaarten zijn de Blijk- en Spiegelplassen overgenomen door Ankeveen. Het is altijd vergeten grensgebied geweest terwijl er een kasteel staat dat in roerige tijden de grens van het Bisdom Utrecht moest beschermen. Na de Napoleontische tijd gaf de provincie Utrecht het zo maar weg aan de provincie Noord-Holland, die zich er ook niet veel aan gelegen liet liggen. Gelukkig was er de Vecht, anders had de buitenwereld helemaal onbereikbaar geweest voor zijn bewoners. Spreker raadde de huidige dorpelingen aan wat meer op te komen voor hun leefgebied.
Na deze tirade pakte hij de draad van zijn verhaal weer op, maar voegde er nog aan toe dat ons dorp - naast het gehucht Vechten en de stad Utrecht- het oudste van de hele Vechtstreek is. Ter vergelijking: Amsterdam bestond nog niet in 800 na Christus. Bij ons stond toen al een houten kerkje op de alluviale heuvel. Van daaruit is door een leerling van Willibrord, te weten Liudger, de streek gekerstend. Bovendien is de ontginning van de eindeloze moerassen, vooral die in het gebied van de noordelijke Vechtstreek, vanuit hier geregeld. Rond 1170 bouwden op diezelfde heuvel noeste werkers een tufstenen kerkje. Een kostbare aangelegenheid. De uit lava gehakte stenen moesten helemaal uit de Eifel aangevoerd worden. Een heidens karwei, voor zover er nog heidenen waren. Het Godshuis kreeg zelfs al een heuse toren, een unicum voor die tijd. Diezelfde Vecht mondde in de Romeinse tijd via een klein meer, het Flevomeer, uit in zee bij de tegenwoordige Waddeneilanden. Zij vormde de enige verbinding met Friesland. Als het weer het toeliet brachten de Friezen, die paarden fokten voor de Romeinen, deze over de kleiige oevers naar Vechten. Daar lag een legioen van wel 4000 soldaten. Van het kleine meer, later het Almere genoemd, kalfden de oevers door stormen steeds meer af. Het veen sloeg weg. Na het jaar 1000 was het al bijna de Zuiderzee. Minstens vier grote overstromingen brachten vanaf dat jaar gerekend, rampspoed over de oeverbewoners. In de 15e eeuw moest de aanleg van de Hinderdam de rest van de Vecht vrijwaren van te hoog water bij vooral noordenwind. Dat lukte niet altijd. De loop van de regenrivier was langzaam door mensenhanden getemd, maar trad nog regelmatig buiten haar oevers. Na de grote overstroming van 1916 liep al het land rond de Zuiderzee onder. Het rijk haalde het uit 1876 daterende plan van Ir Lely voor de aanleg van een afsluitdijk uit de kast. In 1932 opende koningin Wilhelmina de Afsluitdijk waardoor het leed rond het IJsselmeer zo goed als geleden was.

Natuurlijk bracht Hylkema de Oude en de Nieuwe Waterlinie en de daarbij behorende forten ook ter sprake, vooral omdat het Werelderfgoed geworden is. Defensie liep lang achter de feiten aan. Verbeteringen aan de linies werden steeds achterhaald door nieuwe vindingen op wapengebied. In ieder geval hebben ze ons dorp en omgeving aardig wat monumenten opgeleverd. Aan de hand van een foto van het gerestaureerde Fort Uitermeer liet Hylkema zien dat dit niet altijd even adequaat gedaan wordt. Hetgeen deels ook voortkomt uit geldgebrek. Door meerdere bezoeken en nadere beschouwing van ons dorp moest hij toegeven dat hij er een zwak voor gekregen had. Hij benadrukte nog dat het veel heeft maar dat er wat landschapsinrichting betreft nog wel het een en ander opgeleukt kan worden. Vanuit zijn optiek dacht hij dat water daarin een rol zou kunnen spelen, omdat daar van alles mee te doen is. Hij bracht zijn verhaal op de manier van een enthousiaste geschiedenisleraar die niets liever wil dan dat er iets blijft hangen van wat hij verteld heeft. Dat hij daarin geslaagd was bleek uit het applaus dat hem ten deel viel.
Gerard Baar

Terug naar het nieuwsarchief.

Terug naar Actueel.

© Historische Kring Nederhorst den Berg 2005-2011 | Contact | Over de site | RSS