![]() |
Historische Kring Nederhorst den Berg |
Het Kasteel van Loenersloot aan de Angstel19 juni 2006 Een mooie windstille meiavond maakte de belevenis tot een vredig tafereel. De Historische Kring had, door het volhouden van haar secretaresse, bewerkstelligd dat we met 25 personen naar binnen mochten in het voormalige kasteel van o.a. roofridder Splinter van Loenersloot. Het slot wordt al genoemd in 1254 en zodoende kunnen we stellen dat Loenersloot en Nederhorst samen de Middeleeuwen en latere jaren doorgemaakt hebben als grensverdedigingen van de Bisschop van Utrecht. Eigenlijk behoorde Loenersloot, gelegen aan de belangrijke waterweg de Angstel, al vanaf ca. 1100 tot het Kapittel van Utrecht. Niet door wapengekletter gestoord heette de heer Van Woerden (bewoner en bewaarder van het slot) ons welkom en benadrukte nog eens dat het een uitzonderlijk bezoek was. In de ridderjaren was het kasteel veel groter en had bovendien binnen de vesting nog een brug als toegang naar de burcht. Hij wees ons op aantastingen van het 'architectonische ' geheel van de entree. Een mislukte poging uit 1900 om het slot weer een middeleeuwse uitstraling te geven, hoopt de Stichting tussen nu en een paar jaar ongedaan te maken. De restauratie bij de pachters en huurders van de omliggende gebouwen gaan echter voor. Zij zorgen voor de inkomsten. Met gevoel voor dramatiek hief de beheerder de grote sleutel op en legde tegelijkertijd uit dat Slot gesloten betekent en met een sleutel weer geopend kan worden. Geknars verbrak de stilte. Binnen was de mislukte 'upgrading' goed te zien. Een wegzakkende muur gaf een beeld van ouder worden, rimpels in de vorm van scheuren. De in brons gegoten laatste eigenaresse, Mevrouw van Nagele (vervaardigd door Anke Hettema), laatste telg uit de laatste familie van eigenaren Martini Buys, luisterde mee. Miraculeus genoeg is het Slot nooit verwoest geweest, noch door de Fransen in 1672 en 1795, noch door de Duitsers gedurende de 2e W.O. Het meest unieke aan het interieur van het gebouw is dat het na de verbouwing van 1770 in Lodewijk de XVe stijl, als enige in Nederland nooit meer veranderd is. Wel aangetast door de tand des tijds, maar toch hetzelfde gebleven. Een geluk voor ons dat het een 'arm' kasteel was, daar de bewoners hun inkomen uitsluitend derfden uit agrarische inkomsten. Overduidelijk toonde de vloer van de tuinzaal en de belendende vertrekken, die samen de Ridderzaal vormden, de spaarzaamheid van de nieuwe bewoners. Hier is in 1770 geen verfijnd parket gelegd, de eikenhouten vloer bleef gehandhaafd. Het oorspronkelijke behang in de tuinzaal, wandgrote landschapsschilderingen op doek zijn nooit overgeschilderd, net als het groene houtwerk. De mode uit die jaren is duidelijk herkenbaar bij het echtpaar dat met een karos de poort uit rijdt. Het kleed op de grond is een product van zuinigheid en vlijt, aan elkaar gestikte stukken geknoopt tapijt, waarvan de patronen totaal niet passen, maar toch één geheel vormen. De oorspronkelijke Ridderzaal, die de hele voorkant aan de Angstelkant innam, is onderverdeeld door een scheidingswand in de tuinzaal en de kleine salon. De kleine salon is nu gerestaureerd. Opvallend zijn de vijf Utrechtse deuren waarvan er twee nep zijn, met daarboven 'witjes', geschilderde imitatie beeldhouwwerken. De schilderingen boven drie deuren stellen geloof, hoop en liefde voor, het vierde beeldt een wintertafereeltje uit en de vijfde de herfst als hoorn des overvloeds. Een bij de restauratie herontdekte Nederlandse maagd, die niet knap maar ijzersterk de wand tussen de ramen siert, symboliseerde vrijheid met een sleutel in haar hand, gelijkheid (een hondje dat op haar voeten rustte) en broederschap (twee in elkaar geslagen handen). Ter verduidelijking. Tot 1760 had het kasteel huurders gekend, daarna verkochten de erfgenamen het slot aan een nieuwe rijke, ene Van Hoorn. Deze had wel geld, maar geen aanzien. Met het kasteel kocht hij naast het huis, heerlijke rechten, bijvoorbeeld de 13e penning, het jachtrecht en last but not least het lidmaatschap van de Staten van Utrecht. Hij startte de verbouwing, maar ging failliet. Strick van Linschoten-Koene van 's Gravensande nam de boedel over en voltooide de verbouwing. Het rode Andreaskruis op een groen veld (het Wapen van Loenersloot) siert een deel van de wand in de eetkamer. De rest wordt ingenomen door wandschilderingen met vogels die van het doek op je bord lijken te vliegen. In de wandschildering zit een buffetkast verborgen gevuld met alles wat nodig is om de tafel te dekken. Een bijzonderheid is dat bij de achttiende-eeuwse verbouwing de keuken omhoog is gebracht. Het personeel werkte op dezelfde verdieping als waar de familie haar dagen doorbracht. Als laatste kwam de Martinikamer aan de beurt. Het slot is steeds vererfd via de vrouwelijke lijn: Paulus Martini Buys-Bicker Carten en weer Paulus Martini Buys- da Campo genaamd Kamp, met onder aan de lijst Mevrouw Nagele. De Martinikamer is eveneens gerestaureerd. Deze heeft rode wanden en is helemaal in imitatie eikenhout geschilderd, een duur modeverschijnsel aan het einde van de 19e eeuw. In de schouw zit een houtsnijwerk met de namen van de gelieerde families, allen Utrechtse namen: Nijenrode, Darthuizen, Zuilen, IJsselstein en Montfoort. De rondleiding eindigde in het kantoor van de beheerder, waar oude kaarten aan de wand hangen. In het oog sprong een vogelvluchtkaart van de omgeving van het slot, met aan de horizon het 'Horster of Overmeer'. Buiten wees de heer Van Woerden nog op de toren, het enige authentieke van het middeleeuwse kasteel. Bovenin bevond zich de Michaëlskapel. Dat moest zo zijn omdat niemand boven het Allerheiligste mocht slapen. Omhoogkijkend landde er net een witte duif op de kruisvormige windwijzer. Er zijn foto's gemaakt tijdens de excursie. Bekijk ze in het fotoalbum Excursie Loenersloot 2006. Terug naar het nieuwsarchief. Terug naar Actueel. |
|
| © Historische Kring Nederhorst den Berg 2005-2011 | Contact | Over de site | RSS |